Ledenprojecten

Ford V-8 Haveman

1945 Ford 5G  PJ-95-56 _klein

Ford V8 1945

Mijn vader en zijn broer hadden in de oorlog hun auto’s moeten inleveren aan de bezetter.

Na de oorlog kregen ze beide een nieuwe Ford vrachtauto toegewezen.

Mijn vader had deze auto in gebruik tot 1957.

 

Na 1 januari van dat jaar was het rijden op een provinciaal kenteken niet meer toegestaan.

Van de Rijksdienst voor het Wegverkeer kreeg de auto maar 3.5 ton laadvermogen terwijl er op 5 ton was gerekend.

Er kwam voor nood een gebruikte Bedford die kort daarop werd vervangen door een nieuw exemplaar.

De Ford kwam achter de schuur terecht en was voor een 6 jarige aspirant chauffeur een onvergetelijke speelplaats.

En zoals het zo vele mensen vergaat; zulke jeugdherinneringen vergeet je nooit. 

Mijn vader in de eindjaren veertig 

Ik had daarom al jaren een Ford V8 van direct na de oorlog op mijn verlanglijstje staan.

Verschillende mogelijkheden werden onderzocht tot het importeren van een auto uit Amerika aan toe.

Geheel onverwachts werd er in 2009 een auto aangeboden op Marktplaats.

Na de nodige contacten en strubbelingen met de aanbieder kreeg ik toch de vingers achter de auto.

In juni 2009 konden we de auto op laden bij Theo Castricum in Winkel NH.

 

Bij gebrek aan voldoende werkruimte stond de auto 1.5 jaar onaangeroerd maar begin 2011 kon ik aan de restauratie beginnen.

Uit de documentatie bij de auto bleek dat hij oorspronkelijk afkomstig was uit Groningen.

Het was “Klein Loeksie” het kleine broertje van ‘Ome Loeks’ , de grote kraanwagen van de Brandweer. Kenteken PJ 95 05 bouwjaar 1945.

Ik heb ik er even over gedacht om er weer en kraanwagen van te maken.

Toch besloot ik de auto op te bouwen in de stijl zoals ik mij die uit mijn jeugd kon herinneren.

 

De vorige eigenaar was in de restauratie blijven steken en had slechts een klein begin gemaakt.

De motor bleek al in 1991 te zijn gereviseerd maar was nog niet volledig afgebouwd. Spruitstukken e.d. waren nog niet gemonteerd.

Assen en veren zagen er goed uit ; de versnellingbak was zo te zien ook gereviseerd.

De cabine was “klaar” maar niet strak en slecht gespoten.

 

Samen met mijn zoon Erik begon ik eerst met de restauratie van het chassis.

Bij de aankoop was al geconstateerd dat dit een puinhoop was. Na het verwijderen van alle kit en plamuur besloten we grote delen van de boven- en onderflenzen van chassis en innerliner te vervangen.

We vervingen deze delen door stukken staal van kwaliteit Staal 52.

Het bleek ook dat de kraanopbouw destijds erg onzorgvuldig was aangebracht.

Men had niet geschroomd om met een snijbrander gaten en uitsparingen in het chassis te branden.

We konden het uiteindelijk redelijk netjes restaureren.

De flenzen van het chassis zijn opnieuw ingelast

 

Op de wensenlijst staat nog het opnieuw aanbrengen van de originele klinknagels.

 

De opbouw van de cabine was een zoekplaatje.

Alle onderdelen waren in kratten en kistjes bijgeleverd en het was onduidelijk of alles helemaal compleet was.

De onderkanten van deuren en spatborden waren door het roestspook gedeeltelijk opgevreten.

We kregen contact met de firma Beekman in Apeldoorn die een vergelijkbare auto hadden gerestaureerd. We hebben daar ongeveer 200 foto’s gemaakt van alle mogelijke details.

 

Er zat het nodige werk in het fatsoeneren van deuren en spatborden. Nieuwe treeplanken waren niet meer leverbaar. Eén exemplaar was nog te redden; de andere hebben we zelf bijgemaakt.

Motorkap en front zagen er redelijk uit maar toch kostte het de nodige moeite.

De motorkap had ooit schade gehad en moest helemaal uit elkaar om de spanningen weg te halen.

 

De bank in de cabine was al opnieuw gestoffeerd toen we de auto kochten. Hemeltje en wandbeplating ontbraken voor een deel en waren grotendeels vergaan . Deze hebben we zelf bijgemaakt.

 

 

 

Veel kleine onderdelen zoals deurklinken en deursloten waren in Amerika nog nieuw te krijgen; redelijk goede sierstrippen kocht ik via Ebay in Amerika.

 

 

Uiteindelijk konden we alles klaarmaken en voorlopig in een grondlak zetten.

Kleine details vroegen de nodige tijd. Ruiten laten bijmaken; het ruitmechanisme deels bij maken en de vacuüm ruitenwisser motoren reviseren.

Daarna begon de opbouw van motor, aandrijving en dergelijke.

Bij EPS in Kielwindeweer werd een compleet uitlaatsysteem gemaakt . Hoewel het niet zo hoort hebben we toch gekozen voor RVS.

De remvoeringen en trommels waren OK; de rubberdelen van het remsysteem waren alle vergaan maar de remcilinders waren te redden.

Na veel gezoek op Internet konden we in onze eigen regio (bij de firma Rijpma in Roden) alle ontbrekende rubberdelen vinden.

 

De brandstoftank was in het verre verleden al eens grondig aangepakt maar een passend tankmechanisme ontbrak en was nergens leverbaar. Dus weer een stukje hobbywerk waar de nodige tijd in ging zitten.

In het najaar van 2013 was het chassis compleet en werd de auto bij Roelofs Autoschade in Tynaarlo gespoten. Voor hen was het werk in de verloren uurtjes en in pas in het voorjaar van 2014 was de auto compleet als chassis-cabine.

 

Inmiddels hadden we eiken planken gekocht voor de laadbak.

De auto van mijn vader had destijds een Ford fabrieks-laadbak maar deze was door de smid in ons dorp aangepast om de afneembare veebak te kunnen plaatsen.

De enige Ford laadbak die ik kon vinden zag er ook niet best uit en daarom besloten we een houten bak te maken zoals ik deze kende van de Bedford uit 1957.

 

 

Samen met een goede vriend van mij die een schaafbank en vandiktebank ter beschikking had hebben we de planken op maat geschaafd en de laadbak gemaakt. 

Bij de RDW in Groningen

 

 

In November 2014 was alles helemaal klaar.

De concessies die we moesten doen aan de originaliteit van de auto zijn uiteindelijk:

-De koplampen zijn (nu nog) van een te modern type

-De spiegels zijn groter dan het model uit 1945

-Naast de pijlrichtingaanwijzers heb ik toch maar clignoteurs aangebracht

-Oranje zijreflectoren zijn nu verplicht

-De uitlaat is van RVS

-Er is op de nodige plaatsen gebruik gemaakt van metrische bouten die verzinkt zijn.

 

In december 2014 werd de auto bij de RDW opnieuw ingeschreven.

Technisch mag de auto 5600 kg wegen; we hebben dit administratief terug gebracht naar 3500 kg

zodat de auto ook met een B rijbewijs mag worden bereden.

 

 

Het eindresultaat

 

 

 

De geschiedenis van de Canadese Ford vrachtauto’s

 

Eind 1945 kwamen de eerste Ford vrachtauto’s in Europa aan.

Voor zover bekend werden deze geleverd in Nederland, België en Frankrijk.

De serienummers van deze auto’s beginnen met 5G….

Afgaande op de vooroorlogse serienummer lijst zou dit een modeljaar 1944 zijn.

Afgaande op de naoorlogse serienummer lijst zou dit 1945 zijn.

Er gaan geruchten dat de auto’s al eerder zijn geproduceerd en bedoeld waren voor de militaire doeleinden.

Dit is niet onmogelijk omdat de auto’s zijn uitgerust met een voorbumper die overeen komt met militaire CMP voertuigen.

Op geen enkele wijze kon dit verhaal echter worden bevestigd.

Feit blijft dat de cabine van 1940 tot 1947 nagenoeg ongewijzigd is geproduceerd en dat er ook in de oorlogsjaren civiele modellen van de band rolden.

 

Foto van de Ford fabriek in Windsor Ontario

Op de achtergrond een CMP (Canadian Military Pattern) model.